Bij een rentevaste periode korter dan 10 jaar wordt getoetst met de AFM-toetsrente; bij 10 jaar of langer met de werkelijke rente.
Details, voorwaarden en uitzonderingen
Volledige regel: Voor rentevaste perioden korter dan 10 jaar geldt de door de AFM voorgeschreven toetsrente. Bij een rentevaste periode van 10 jaar of langer wordt de werkelijke contractrente gebruikt voor de toetsing.
